ECLI:NL:RVS:2013:319
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overtreding tewerkstellingsvergunning Wet arbeid vreemdelingen
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde [wederpartij] een boete van €16.000 op wegens het zonder tewerkstellingsvergunning laten verrichten van arbeid door twee Poolse vreemdelingen aan boord van een motortankschip. De rechtbank verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en vernietigde het boetebesluit. De minister stelde hiertegen hoger beroep in.
De Raad van State oordeelde dat de dienstverrichting door [wederpartij] bestond uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, waarvoor een tewerkstellingsvergunning vereist is. De minister mocht de boete opleggen. De Raad verwierp het betoog dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar de exploitatie van het schip en bevestigde dat de arbeidsmarkttoets achterwege kon blijven.
De Raad matigde de boete vanwege de omstandigheden, waaronder de administratieve onzorgvuldigheid en het ontbreken van financieel voordeel, tot €8.000. Tevens veroordeelde de Raad de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak en het boetebesluit vernietigd, en de zaak werd inhoudelijk afgedaan.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt gematigd tot €8.000 en het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard.