ECLI:NL:RVS:2013:311
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- D. Roemers
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen en matiging boete
De minister legde op 11 februari 2011 een boete van €8.000 op aan [appellante] wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De vreemdeling had op 12 november 2010 in de kapsalon van [appellante] drie klanten geknipt zonder vergoeding. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de werkzaamheden marginale en bijkomstige aard hadden en geen reële economische activiteit vormden die onder het Aanvullend Protocol valt.
De Afdeling oordeelde dat de minister discretionaire bevoegdheid heeft bij het opleggen van boetes en dat deze moet worden afgestemd op de ernst van de overtreding en de omstandigheden. Hoewel de financiële situatie van [appellante] geen matiging rechtvaardigde, achtte de Afdeling een halvering van de boete passend vanwege de omstandigheden van het geval.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard, het boetebesluit herroepen en de boete vastgesteld op €4.000. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan [appellante].
Uitkomst: Boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen vernietigd en gematigd tot €4.000 met vergoeding van proceskosten aan appellant.