ECLI:NL:RVS:2013:31
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel voor christelijke asielzoeker uit Egypte
De vreemdeling, behorend tot de christelijke minderheid in Egypte, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State beoordeelde het asielrelaas en concludeerde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico loopt op vervolging vanwege zijn geloofsovertuiging. Het ambtsbericht en de brief van de staatssecretaris stelden dat het enkele behoren tot de christelijke minderheid in Egypte geen automatische grond is voor asiel, mede gelet op de maatschappelijke participatie van de vreemdeling.
De Raad overwoog dat hoewel de veiligheidssituatie voor christenen in Egypte is verslechterd sinds de val van president Mubarak, dit niet betekent dat elke christen een reëel risico loopt op ernstige schendingen van mensenrechten. Het hoger beroep werd dan ook ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.