ECLI:NL:RVS:2013:282
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende nieuwe feiten
De minister heeft op 9 februari 2012 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat toetsing van een besluit van gelijke strekking als een eerder afwijzend besluit slechts mogelijk is indien er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die relevant zijn voor het besluit. De vreemdeling had aangevoerd dat de veiligheidssituatie in Afghanistan, met name in de provincie Uruzgan, was verslechterd en ondersteunde dit met diverse rapporten en documenten.
De Raad van State oordeelde dat de aangevoerde stukken dateren van vóór een belangrijk arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van april 2013 en dat deze stukken onvoldoende grond bieden om aan te nemen dat er een reëel risico bestaat voor burgers in Uruzgan. Daarom konden deze nieuwe stukken het eerdere besluit niet afdoen. De vernietiging van het besluit door de voorzieningenrechter was onterecht en het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard.
De uitspraak van de voorzieningenrechter werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het eerdere besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft van kracht.