ECLI:NL:RVS:2013:281
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 30 september 2011 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De minister, thans staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toetste terughoudendheid bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas, zoals voorgeschreven in de Vreemdelingenwet 2000 en het Voorschrift Vreemdelingen 2000.
De vreemdeling had verklaard te zijn ontslagen van een geldwisselkantoor vanwege politieke redenen en melding gemaakt van ontvoering en verkrachting. De staatssecretaris achtte het asielrelaas niet geloofwaardig vanwege inconsistenties en gebrek aan overtuigend bewijs, waaronder twijfel over authenticiteit van documenten.
De rechtbank oordeelde dat nader onderzoek had moeten plaatsvinden en dat de stukken het relaas ondersteunden. De Afdeling stelde echter dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op zijn standpunt kon stellen dat het relaas onvoldoende positieve overtuigingskracht had en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.