ECLI:NL:RVS:2013:2728

Raad van State

Datum uitspraak
7 februari 2013
Publicatiedatum
5 augustus 2015
Zaaknummer
201207926/2/A4
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.9 Wet milieubeheerArt. 1:3 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vaststelling plan op grond van artikel 5.9 Wet milieubeheer

De Stichting Comité N65 verzocht het college van burgemeester en wethouders van Haaren om een plan vast te stellen op grond van artikel 5.9, eerste lid, van de Wet milieubeheer. Het college gaf bij brief aan geen aanleiding te zien om een dergelijk plan vast te stellen. Hiertegen maakte de stichting bezwaar, dat door het college niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het niet om een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht zou gaan.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de verplichting tot het vaststellen van een plan ingevolge artikel 5.9 Wet milieubeheer van rechtswege op het college rust bij overschrijding van een plandrempel. De brief van het college was geen besluit en riep geen rechtsgevolgen in het kader van de Awb op, zodat bezwaar en beroep niet ontvankelijk zijn.

De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door lid N. Verheij van de enkelvoudige kamer en ambtenaar van staat R. van Heusden. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep van Stichting Comité N65 wordt ongegrond verklaard omdat het college geen besluit heeft genomen waarop bezwaar en beroep mogelijk zijn.

Uitspraak

201207926/2/A4.
Datum uitspraak: 7 februari 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de stichting Stichting Comité N65 Ondergronds Helvoirt, gevestigd te Helvoirt, gemeente Haaren,
appellante,
en
het college van burgemeester en wethouders van Haaren,
verweerder.
Procesverloop
Het college heeft bij brief van 6 februari 2012 te kennen gegeven dat het geen aanleiding ziet om op verzoek van de Stichting Comité N65 een plan als bedoeld in artikel 5.9, eerste lid, van de Wet milieubeheer vast te stellen.
Bij besluit van 26 juni 2012 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Hiertegen heeft de Stichting Comité N65 beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 5.9, eerste lid, van de Wet milieubeheer stellen burgemeester en wethouders in de in bijlage 2, voorschrift 13.1, aangegeven gevallen waarin een plandrempel wordt overschreden een plan vast, waarin wordt aangegeven op welke wijze en door middel van welke maatregelen voldaan zal worden aan de desbetreffende in de bijlage genoemde grenswaarde, binnen de voor die waarde gestelde termijn. Zij dragen zorg voor uitvoering van het plan.
Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder een besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
2. Bij brief van 6 februari 2012 heeft het college de Stichting Comité N65 te kennen gegeven dat het geen aanleiding ziet om een plan als bedoeld in artikel 5.9, eerste lid, van de Wet milieubeheer vast te stellen.
Bij brief van 26 juni 2012 heeft het college het bezwaar van de Stichting Comité N65 tegen het schrijven van het college van 6 februari 2012 niet-ontvankelijk verklaard. Daartoe heeft het college overwogen dat vaststelling van een plan als bedoeld in artikel 5.9, eerste lid, van de Wet milieubeheer niet is aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb en dat hierdoor geen bezwaarmogelijkheid open staat.
3. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 31 maart 2010 in zaak nr. 200902395/1/M1) treedt de verplichting om een plan vast te stellen die ingevolge artikel 5.9, eerste lid, van de Wet milieubeheer bij overschrijding van een plandrempel op het college rust ingevolge dit artikel van rechtswege in. De brief van 6 februari 2012 is derhalve niet gericht op rechtsgevolgen en is geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb waartegen een rechtsmiddel kon worden aangewend. Gelet hierop heeft het college terecht het door de Stichting Comité N65 gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
4. Het beroep is kennelijk ongegrond.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van staat.
w.g. Verheij w.g. Van Heusden
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 7 februari 2013
Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij de Afdeling (artikel 8:55 van Pro de Awb).
- Verzet dient schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak te worden gedaan.
- In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met de gronden waarop de beslissing is gebaseerd.
- Indien de indiener over het verzet door de Afdeling wenst te worden gehoord, dient dit in het verzetschrift te worden gevraagd. Het horen gebeurt dan uitsluitend over het verzet.
163.