ECLI:NL:RVS:2013:2723
Raad van State
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring verzoek herziening bestuursrechtelijke uitspraak
De erven hebben verzet ingesteld tegen de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 6 mei 2013, waarin hun verzoek om herziening van een eerdere uitspraak niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig voldoen van griffierecht.
De Afdeling overwoog dat de erven op 4 maart 2013 per aangetekende brief waren geïnformeerd over de betalingstermijn, die uiterlijk 2 april 2013 was, maar dat de betaling pas op 22 april 2013 was ontvangen. De erven stelden dat hun gemachtigde de aangetekende brief niet had ontvangen omdat geen kennisgeving was achtergelaten.
De Raad van State oordeelde dat het op de erven rust om aannemelijk te maken dat de kennisgeving niet was achtergelaten. De brief was aangetekend verzonden naar het postbusadres van de gemachtigde en retour gekomen wegens niet-afhalen. De erven hadden dit niet aannemelijk gemaakt, waardoor zij in verzuim waren. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet van de erven wordt ongegrond verklaard vanwege te late betaling van griffierecht.