ECLI:NL:RVS:2013:269
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongeldigverklaring rijbewijs wegens niet tijdige betaling onderzoekskosten
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde op 23 maart 2012 het rijbewijs van appellant ongeldig wegens het niet tijdig voldoen van de kosten voor een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 27 juli 2012 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het CBR ten onrechte de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid toepaste zoals die vóór 31 oktober 2011 luidde, terwijl de Regeling 2011 op dat moment van kracht was. Hierdoor was het besluit van 27 juli 2012 niet correct genomen en kwam het voor vernietiging in aanmerking. De Afdeling stelde vast dat het CBR op grond van de geldende regeling gehouden was het rijbewijs ongeldig te verklaren bij niet tijdige betaling van de onderzoekskosten.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van het CBR en de uitspraak van de rechtbank, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Awb. Daarnaast veroordeelde zij het CBR tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van R.W.L. Loeb op 10 juli 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.