ECLI:NL:RVS:2013:2682
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroep mvv-aanvragen
De minister van Buitenlandse Zaken wees op 12 oktober 2010 de aanvragen van meerdere vreemdelingen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. Na een bezwaarprocedure verklaarde de minister het bezwaar ongegrond. De rechtbank 's-Gravenhage vernietigde dit besluit echter en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen.
De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris het besluit onvoldoende had gemotiveerd omtrent de gezinsband tussen de vreemdelingen en de referent.
De Afdeling toetste het besluit van 8 maart 2012 inhoudelijk en concludeerde dat de vreemdelingen onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij ten tijde van het vertrek van de referent uit Somalië feitelijk tot zijn gezin behoorden. Daarnaast faalden hun bezwaren over de hoorprocedure en de toepassing van het EVRM en de richtlijn gezinshereniging. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdelingen ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de mvv-aanvragen blijft in stand.