ECLI:NL:RVS:2013:2672
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep zonder zitting
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 6 september 2013 door de staatssecretaris werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond op 30 september 2013. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
In het hoger beroep stelde de vreemdeling dat op grond van artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie een openbare behandeling met mondelinge behandeling vereist was. De Raad van State oordeelde dat het besluit binnen de werkingssfeer van het Handvest valt, maar dat het achterwege laten van een zitting in hoger beroep en het doen van een verkorte uitspraak niet per definitie strijdig is met artikel 47 van Pro het Handvest, zeker omdat in eerste aanleg wel een openbare zitting had plaatsgevonden en er in hoger beroep geen nieuwe rechts- of feitelijke vragen waren die niet op basis van de stukken konden worden beoordeeld.
De Raad van State verwierp het beroep en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer, vertegenwoordigd door lid N. Verheij, op 20 december 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt afgewezen en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.