ECLI:NL:RVS:2013:2647
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek Nederlanderschap na bewijsnood en taakvereiste
Appellant verzocht om het Nederlanderschap, maar dit verzoek werd op 27 juli 2012 door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties afgewezen. Hiertegen maakte appellant bezwaar, dat op 11 september 2012 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland, die op 11 juni 2013 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Hij voerde aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris terecht was afgezien van een hoorzitting op grond van artikel 7:3 Awb Pro, omdat hij zijn beroep op bewijsnood niet nader had hoeven te onderbouwen. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris appellant vooraf bij brieven had verzocht een taakera te overleggen en dat het duidelijk was dat zonder deze taakera en zonder onderbouwing van bewijsnood het bezwaar niet tot een ander besluit kon leiden.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het Nederlanderschapverzoek bevestigd.