ECLI:NL:RVS:2013:2596
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen vaststelling bestemmingsplan bedrijventerrein Hoefweg-Zuid
Bij besluit van 21 februari 2013 stelde de raad van Lansingerland het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Hoefweg-Zuid, 1e partiële herziening' vast, waartegen Prisma beroep instelde. Prisma verzocht om een voorlopige voorziening tegen het besluit van 18 juli 2013, een nieuw bestemmingsplan voor hetzelfde gebied met aanvullingen.
Prisma betoogde dat de raad ondoorzichtig handelde door twee gelijktijdige bestemmingsplanprocedures en dat het terrein ten onrechte een algemene bedrijfsbestemming kreeg, waarbij de subbestemming voor agro-gelieerde bedrijven was vervallen. Prisma stelde dat het plan niet voldeed aan regionale behoefte, strijdig was met hogere beleidsplannen en dat het plan-MER onvoldoende was.
De raad stelde dat de actualiseringsplicht werd nageleefd, dat de flexibiliteit noodzakelijk was voor de Greenport, en dat er voldoende ruimte voor agro-gelieerde bedrijven bleef. Het plan-MER was volgens de raad adequaat, en het Natura 2000-gebied lag te ver weg voor effecten.
De voorzitter oordeelde dat nader onderzoek in de bodemprocedure nodig is en dat de belangenafweging voor de voorlopige voorziening leidde tot schorsing van het besluit van 18 juli 2013. De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan Prisma.
Uitkomst: Het besluit van 18 juli 2013 wordt geschorst en de gemeente Lansingerland wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan Prisma.