ECLI:NL:RVS:2013:2568
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep mvv-aanvragen vreemdelingen
De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvragen van vreemdelingen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde het besluit. De minister stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris had moeten horen in bezwaar, omdat er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel was dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden. Ook werd geoordeeld dat de identificerende gehoren op de ambassade zorgvuldig waren afgenomen, ondanks een dubbele vertaalslag en het ontbreken van correctiemogelijkheid van de verslagen. Verder was de motivering van de afwijzing van de aanvraag van vreemdeling 3 voldoende, mede omdat tegenstrijdigheden in verklaringen waren vastgesteld.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. De gebreken in de procedure werden gepasseerd omdat de vreemdelingen en de referente alsnog hun zienswijze hadden kunnen geven in bezwaar. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen tegen de afwijzing van hun mvv-aanvragen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.