ECLI:NL:RVS:2013:2566
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overlijden vreemdeling in procedure intrekking verblijfsvergunning
De minister van Justitie heeft op 17 mei 2010 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en hem ongewenst verklaard. Tegen deze besluiten heeft de vreemdeling bezwaar gemaakt, dat door de minister ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die het beroep tegen de intrekking niet-ontvankelijk en het beroep tegen de ongewenstverklaring ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
Na het instellen van het hoger beroep is de vreemdeling overleden. Zijn gemachtigde gaf aan dat de moeder van de vreemdeling de procedure wenste voort te zetten, maar zij overlegde geen verklaring van erfrecht waaruit blijkt dat zij een wettelijke erfgenaam is die namens de vreemdeling kan optreden. Hierdoor is niet gebleken dat het hoger beroep voortgezet kan worden namens de overledene.
Gezien het overlijden en het ontbreken van een wettelijke vertegenwoordiger is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep op 19 december 2013 niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van de vreemdeling en het ontbreken van een wettelijke erfgenaam die de procedure kan voortzetten.