ECLI:NL:RVS:2013:255
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N.S.J. Koeman
- J.A.A. van Roessel
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens overtreding Besluit bodemkwaliteit
Bij besluit van 6 december 2012 legde de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu aan Kiwa Nederland B.V. een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 18 van Pro het Besluit bodemkwaliteit. Kiwa maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 25 maart 2013 ongegrond werd verklaard. Kiwa stelde vervolgens beroep in en verzocht de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak om een voorlopige voorziening.
De voorzitter behandelde het verzoek op 25 juni 2013. Kiwa voerde aan dat de staatssecretaris niet bevoegd is om handhavend op te treden tegen een certificeringsinstelling zoals Kiwa en dat haar werkwijze niet in strijd is met de normdocumenten BRL SIKB 7500 en protocol SIKB 7510. Voorts stelde Kiwa dat het aanpassen van haar werkwijze verstrekkende gevolgen heeft voor haar bedrijfsvoering.
De voorzitter oordeelde dat de vragen over bevoegdheid en uitleg van de normdocumenten niet in deze voorlopige voorziening kunnen worden beantwoord en dat dit in de bodemprocedure zal worden onderzocht. Gezien het grote belang van Kiwa bij het niet hoeven aanpassen van haar werkwijze voorafgaand aan de uitspraak in de hoofdzaak, werd het belang van Kiwa zwaarder gewogen dan dat van de staatssecretaris bij voortijdige handhaving.
Daarom werd het besluit van de staatssecretaris van 6 december 2012 en het besluit van 25 maart 2013 geschorst. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom aan Kiwa wordt geschorst en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.