ECLI:NL:RVS:2013:2491
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door pandverhuurder
De minister legde op 23 februari 2012 een boete van €24.000 op aan [appellante] wegens drie overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na gedeeltelijke herroeping bleef een boete van €16.000 gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdelingen daadwerkelijk schoonmaakwerkzaamheden hadden verricht zonder vergunning en of [appellante] als werkgever kon worden aangemerkt. De Raad van State oordeelde dat de minister voldoende bewijs had geleverd met urenstaten en verklaringen van de betrokken onderneming. Ook werd vastgesteld dat het feitelijk laten verrichten van arbeid voldoende is om als werkgever te worden beschouwd, ongeacht de gezagsverhouding of directe opdrachtverlening.
De Raad van State verwierp de bezwaren van [appellante] tegen de betrouwbaarheid van de urenstaten en de kwalificatie als werkgever. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €16.000 aan [appellante] wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder vergunning.