ECLI:NL:RVS:2013:2487
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid terugkeerbesluit en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 13 november 2012 een aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel afgewezen, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod gegrond en vernietigde deze besluiten.
Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris stelden hoger beroep in. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond was, omdat de aangevoerde gronden niet leidden tot vernietiging. Het hoger beroep van de staatssecretaris was gegrond omdat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het terugkeerbesluit en het inreisverbod niet deugdelijke motivering bevatten.
De Raad van State stelde vast dat de staatssecretaris terecht aannam dat de vreemdeling zich aan toezicht onttrok door onvoldoende medewerking te verlenen aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit, geen vaste woon- of verblijfplaats had en niet over voldoende middelen van bestaan beschikte. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd daarom vernietigd voor zover het terugkeerbesluit en het inreisverbod betroffen en het beroep tegen deze besluiten werd alsnog ongegrond verklaard. Voor het overige werd de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover deze besluiten werden vernietigd.