ECLI:NL:RVS:2013:2475
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gegrondheid hoger beroep tegen inreisverbod vreemdeling en vernietiging uitspraak rechtbank
De vreemdeling werd bij besluit van 23 februari 2011 opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en kreeg bij besluit van 31 mei 2012 een inreisverbod opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de vertrekopdracht niet-ontvankelijk en het beroep tegen het inreisverbod ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de omstandigheden die de vreemdeling aanvoerde op grond van artikel 3 EVRM Pro niet meegewogen konden worden bij de beoordeling van het inreisverbod. De Afdeling vernietigde daarom het gedeelte van de uitspraak dat het beroep tegen het inreisverbod ongegrond verklaarde en toetste het inreisverbod aan de beroepsgronden.
De Afdeling stelde vast dat de vreemdeling niet voldeed aan het duurzaamheidsvereiste zoals omschreven in de Vreemdelingencirculaire 2000, omdat hij niet gedurende tien jaar zonder verblijfsvergunning in Nederland verbleef. Hierdoor faalden zijn bezwaren tegen het inreisverbod. De overige beroepsgronden werden bevestigd. Het hoger beroep werd daarmee gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank gedeeltelijk vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het beroep tegen het inreisverbod is alsnog ongegrond verklaard, waarbij het overige van de uitspraak van de rechtbank is bevestigd.