ECLI:NL:RVS:2013:2431
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen nieuw feit bij afwijzing verblijfsvergunning asiel na eerdere weigering
De minister heeft op 14 juni 2012 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen. De minister stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat toetsing van een besluit van gelijke strekking aan een eerder afwijzend besluit alleen mogelijk is indien er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn. Het ingediende iMMO-rapport, dat medische klachten en marteling in Iran beschrijft, werd niet als nieuw feit erkend omdat het niet tijdig in de eerdere procedure was aangevoerd zonder geldige reden.
Ook andere stukken zoals internetartikelen, foto's en verklaringen van derden werden niet als nieuw feit beschouwd. Wel werd erkend dat de doopakte van de vreemdeling een nieuw feit vormde, maar de staatssecretaris mocht terecht twijfelen aan de oprechtheid van de bekering. Het beroep van de vreemdeling faalde en het eerdere vonnis van de rechtbank werd vernietigd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het eerdere vonnis van de voorzieningenrechter wordt vernietigd.