ECLI:NL:RVS:2013:2427
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en gegrondverklaring beroep inzake inschrijving beëdigd tolk Nederlands-Arabisch
Appellant verzocht om inschrijving als beëdigd tolk Nederlands-Arabisch (Standaard) en Nederlands-Arabisch (Irakees) in het register, maar dit verzoek werd door de minister afgewezen. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het beroep ongegrond verklaard. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het besluit van 12 oktober 2010 wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht vernietigd moest worden. De minister werd opgedragen het besluit te herstellen. Bij het nieuwe besluit van 12 juli 2013 handhaafde de minister de afwijzing op basis van een negatief advies van de commissie beëdigde tolken en vertalers.
Appellant voerde diverse bezwaren aan tegen de motivering en de eisen die de commissie stelde aan de deskundigenverklaringen en tolkvaardigheid, waaronder het ontbreken van een toets in het Arabisch (Standaard) en de beoordeling van werkervaring. De Afdeling verwierp deze bezwaren, oordeelde dat het advies van de commissie zorgvuldig tot stand was gekomen en dat de minister terecht het verzoek van appellant afwees.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 12 oktober 2010, maar verklaarde het beroep tegen het besluit van 12 juli 2013 ongegrond. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 12 juli 2013 wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot inschrijving als beëdigd tolk wordt afgewezen.