ECLI:NL:RVS:2013:24
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding tewerkstellingsvergunning Poolse werknemers in Nederland
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde op 5 oktober 2007 een boete van €128.000 op aan een Poolse onderneming wegens het laten verrichten van arbeid door Poolse werknemers in Nederland zonder de vereiste tewerkstellingsvergunningen. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de onderneming gegrond en stelde de boete op nihil.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de werkzaamheden van de Poolse werknemers niet vielen onder grensoverschrijdende dienstverlening, maar dat sprake was van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten. De werknemers stonden onder leiding en toezicht van de Nederlandse onderneming en verrichtten dezelfde werkzaamheden als haar eigen personeel.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de onderneming ongegrond. De boete werd als proportioneel en passend beoordeeld, ondanks het vervallen van de arbeidsmarkttoets en het feit dat belasting en premies waren afgedragen. Er was geen aanleiding tot matiging van de boete.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de onderneming ongegrond, waardoor de boete van €128.000 wordt gehandhaafd.