ECLI:NL:RVS:2013:2340
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade door niet-tijdig beslissen op aanvraag standplaatsvergunning
Appellant diende op 3 november 2008 een aanvraag in voor een standplaatsvergunning voor het graveren van kentekens en repareren van autoruiten. Het college verleende de vergunning pas op 10 maart 2009, waardoor appellant in de tussentijd geen inkomsten kon genereren. Hij vorderde daarom schadevergoeding wegens omzetderving.
Het college erkende de onrechtmatigheid van het niet tijdig beslissen en kende aanvankelijk €691,70 toe voor de periode van 20 februari tot 10 maart 2009. De rechtbank oordeelde echter dat appellant vanaf 5 februari 2009 aanspraak kon maken op vergoeding, omdat hij toen voor het eerst rappelleerde. Appellant stelde dat hij eerder niet kon rappelleren vanwege onbekendheid met bestuursrecht en familieomstandigheden, maar dit werd niet geaccepteerd.
In hoger beroep kwamen partijen overeen dat het college €3000,00 plus wettelijke rente aan appellant betaalt. De Afdeling vernietigde het eerdere besluit en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het college moet appellant €3000 plus wettelijke rente betalen wegens niet-tijdig beslissen op de aanvraag standplaatsvergunning.