ECLI:NL:RVS:2013:2323
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- C.H.M. van Altena
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid subsidievoorwaarden inzake Wbso-afdrachtvermindering bij OP-Zuid
Cobar Europe B.V. heeft in het kader van het Operationeel Programma Zuid-Nederland (OP-Zuid) een subsidie van maximaal €160.701 aangevraagd en toegekend gekregen voor een innovatief project. De beheersautoriteit stelde als subsidievoorwaarde dat eventuele Wbso-afdrachtvermindering in mindering moest worden gebracht op de subsidiabele kosten. Cobar maakte bezwaar tegen deze voorwaarde, wat door het college werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van Cobar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
In hoger beroep stelde Cobar dat zij wel degelijk belang had bij beoordeling van de rechtmatigheid van de subsidievoorwaarden, omdat het ging om een verdergaande beperking van subsidiabele kosten. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank dit ten onrechte had miskend en dat het belang van Cobar wel aanwezig was.
De Afdeling onderzocht vervolgens de materiële vraag of de verplichting om Wbso-afdrachtvermindering in mindering te brengen op subsidiabele kosten was toegestaan. Op grond van Europese en nationale regelgeving, waaronder de Kaderverordening, de EFRO-verordening en het Besluit EFRO, is het aan de lidstaat om subsidiabiliteit van kosten vast te stellen. De Wbso-afdrachtvermindering leidt tot een vermindering van de bruto loonkosten die daadwerkelijk door de subsidieontvanger worden gedragen. Daarom is het rechtmatig dat deze vermindering in mindering wordt gebracht op de subsidiabele kosten.
Een informeel standpunt van de Europese Commissie dat Wbso-afdrachtvermindering niet verplicht in mindering hoeft te worden gebracht, was niet bindend en betrof bovendien een ander kaderprogramma. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van Cobar ongegrond. Tevens werd het betaalde griffierecht aan Cobar terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van Cobar wordt ongegrond verklaard en de subsidievoorwaarde inzake Wbso-afdrachtvermindering is rechtmatig.