ECLI:NL:RVS:2013:2265
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vrijstelling bouw wandelkappen buiten bouwblok
Het college van burgemeester en wethouders van Oirschot verleende vrijstelling en bouwvergunning voor het plaatsen van oprolbare wandelkappen op een perceel met agrarische bestemming buiten het bouwblok. Deze besluiten werden aangevochten door omwonenden, waarna de rechtbank de besluiten vernietigde en de vrijstelling onrechtmatig verklaarde omdat de wandelkappen niet in overeenstemming waren met het provinciaal ruimtelijk beleid.
De wandelkappen werden door de rechtbank als permanente voorzieningen aangemerkt vanwege hun constructie met in beton verankerde metalen staanders, ondanks dat het plastic folie slechts tijdelijk uitgerold wordt. Het college had de vrijstelling verleend op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), maar de rechtbank oordeelde dat dit niet mogelijk was omdat het provinciaal beleid dit niet toestond.
In hoger beroep stelde appellant dat de wandelkappen tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn en dat de rechtbank ten onrechte zelf in de zaak heeft voorzien door de besluiten te herroepen en de uitspraak voor het vernietigde besluit in de plaats te stellen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht het permanente karakter van de wandelkappen had vastgesteld, maar dat het zelf voorziend weigeren van de vergunning onjuist was omdat het college niet had onderzocht of een vrijstelling op grond van artikel 19, eerste lid, van de WRO mogelijk was.
De Afdeling vernietigde daarom het deel van de uitspraak waarin de besluiten werden herroepen en stelde dat het aan het college is om opnieuw te beoordelen of vrijstelling en vergunning kunnen worden verleend. Tevens veroordeelde zij het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de besluiten zijn herroepen en de uitspraak voor het vernietigde besluit in de plaats is gesteld; het college moet opnieuw beoordelen.