ECLI:NL:RVS:2013:2258
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen spoedeisende bestuursdwang voor onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 23 januari 2013 schriftelijk bevestigd dat op 4 januari 2013 spoedeisende bestuursdwang is toegepast tegen appellant wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen. De bestuursdwang bestond uit het verwijderen van een huisvuilzak die niet via de voorgeschreven inzamelvoorziening was aangeboden.
Appellant voerde aan dat vanwege psychische klachten hem niet verweten kon worden dat hij het afval onjuist aanbood en dat het college ten onrechte niet om een medische verklaring had gevraagd. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het aan appellant was om zijn stelling aannemelijk te maken, hetgeen hij niet heeft gedaan. Het enkele aanbod om een medische verklaring te overleggen was onvoldoende.
De Afdeling concludeerde dat het college in redelijkheid bestuursdwang kon toepassen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.