ECLI:NL:RVS:2013:2240
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder dwangsom wegens permanente bewoning recreatiewoning
Het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst legde appellante een last onder dwangsom op om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van haar recreatiewoning als hoofdverblijf te beëindigen. Appellante maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat het besluit was gebaseerd op een onjuiste plangrondslag en dat de last te vaag was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit. In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat het college niet had bewezen dat zij de recreatiewoning als hoofdverblijf gebruikte en dat de begunstigingstermijn onjuist was. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college voldoende feiten had vastgesteld om het vermoeden van permanente bewoning te rechtvaardigen, mede op basis van inschrijving in de GBA, hypotheekrenteaftrek en controlebevindingen.
Verder werd geoordeeld dat de last voldoende duidelijk was omschreven en dat de begunstigingstermijn van zes maanden niet ter beoordeling stond in hoger beroep. Ook het beroep tegen de invordering van de dwangsom faalde. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waardoor de last onder dwangsom en de invordering daarvan gehandhaafd blijven.