ECLI:NL:RVS:2013:2198
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 20 augustus 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep op 12 september 2013 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de aangevoerde gronden in het hogerberoepschrift niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de voorzieningenrechter. Er waren geen nieuwe rechtsvragen die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom werd het hoger beroep kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
De Raad van State wees erop dat, indien de staatssecretaris tot uitzetting overgaat, de vreemdeling nog kan betogen dat uitzetting vanwege zijn seksuele gerichtheid en de situatie in het land van bestemming achterwege moet blijven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep van de vreemdeling wordt kennelijk ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.