ECLI:NL:RVS:2013:2183
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel voor Hazara-vreemdelingen
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 20 juni 2013 de aanvragen van meerdere Hazara-vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag had deze besluiten vernietigd en de staatssecretaris opgedragen nieuwe besluiten te nemen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelt dat het rapport van professor Maley en aanvullende documenten geen concrete aanknopingspunten bieden om te twijfelen aan het ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken over de veiligheidssituatie van Hazara's in Afghanistan. Verder is vastgesteld dat Hazara's in het herkomstgebied van de vreemdelingen een grote etnische groep vormen en dus geen kwetsbare minderheid zijn.
Daarnaast faalt het beroep van de vreemdelingen dat onvoldoende rekening is gehouden met het belang van hun minderjarige dochters volgens het beleid voor verwesterde Afghaanse schoolgaande meisjes en het IVRK. De staatssecretaris heeft dit beleid correct toegepast, waarbij onder meer de verblijfsduur en leeftijd van de kinderen zijn betrokken.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen ongegrond verklaard.