ECLI:NL:RVS:2013:2162
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door onrechtmatig tewerkstellen Bulgaarse werknemers
De minister legde op 23 januari 2012 een boete van €16.000 op aan appellante wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete betrof het laten werken van twee Bulgaarse werknemers zonder tewerkstellingsvergunning in de periode januari-februari 2011. Appellante voerde aan dat de werknemers als zelfstandigen werkten en daarom geen vergunning nodig was.
De rechtbank oordeelde dat de werknemers niet als zelfstandigen werkten, omdat zij onder gezag van appellante stonden en geen zelfstandige afspraken hadden. De Raad van State bevestigt dit oordeel, verwijzend naar jurisprudentie van het Hof van Justitie over het onderscheid tussen zelfstandigen en werknemers.
Verder stelde appellante dat de boete gematigd moest worden vanwege het vertrouwen in de zelfstandige status van de werknemers en eerdere controles zonder boete. De Raad van State oordeelt dat appellante onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte, mede gezien eerdere boetes, en dat de boete proportioneel is.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De boete van €16.000 wegens het laten werken van Bulgaarse werknemers zonder vergunning wordt bevestigd.