ECLI:NL:RVS:2013:215
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen opslag in strijd met bestemming op agrarisch perceel
Het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen wees een verzoek tot handhavend optreden tegen opslag van voorwerpen, stoffen en materialen op agrarische percelen af. Na bezwaar en beroep oordeelde de rechtbank Almelo dat het college een nieuw besluit moest nemen. Het college legde vervolgens een last onder dwangsom op om het gebruik van de percelen als stort- of opslagplaats in strijd met de bestemming te beëindigen.
Zowel de eigenaar van de percelen als de wederpartij stelden beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Raad bevestigde dat de wederpartij belanghebbende is bij het besluit omdat hij het perceel alleen via de verbindingsweg kan bereiken. De Raad oordeelde dat de opslag van kuilvoer en de daarbij behorende materialen niet in strijd is met de bestemming, omdat deze materialen geschikt zijn voor agrarisch gebruik en niet als onbruikbaar kunnen worden beschouwd.
Verder werd geoordeeld dat de dwangsom van € 2.500 passend is gezien de aard van de overtreding en dat het college terecht geen bijzondere omstandigheden aannam die handhavend optreden zouden uitsluiten. Ook het betoog dat geen hinder wordt ondervonden faalde, omdat het gebruik strijdig is met het bestemmingsplan en niet als geringe overtreding kan worden gezien.
De Raad verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde het besluit van het college. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen het handhavingsbesluit worden ongegrond verklaard en het besluit wordt bevestigd.