ECLI:NL:RVS:2013:2127
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid asielrelaas wegens onvoorzichtigheid bij seksuele relatie tussen broer en zus
De staatssecretaris wees op 16 november 2012 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte niet had onderkend dat de staatssecretaris zich gemotiveerd op het standpunt stelde dat de vreemdeling en zijn zus in hun seksuele relatie zodanig onvoorzichtig waren geweest dat het asielrelaas geen positieve overtuigingskracht heeft. De staatssecretaris vond het ongeloofwaardig dat zij geen voorzorgsmaatregelen namen om ontdekking te voorkomen, terwijl het risico op executie bij ontdekking groot was.
De Afdeling stelde vast dat de voorzieningenrechter ook ten onrechte de verklaringen van een getuige, de tante van de vreemdeling, als staving had aangenomen, terwijl deze niet uit eigen waarneming waren gedaan. Gezien het toetsingskader voor geloofwaardigheid van asielverhalen en de motivering van de staatssecretaris, oordeelde de Afdeling dat het beroep ongegrond verklaard moet worden.
De uitspraak van de voorzieningenrechter werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling tegen het afwijzingsbesluit werd alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het afwijzingsbesluit van de staatssecretaris blijft in stand.