ECLI:NL:RVS:2013:2119
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen terugkeerbesluit en vernietiging besluit vertrektermijn
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 14 oktober 2011 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af en legde hem een terugkeerbesluit op. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 1 juni 2012 ongegrond werd verklaard, waarbij tevens een inreisverbod werd opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen de bezwaarafwijzing tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk, maar vernietigde het besluit over het inreisverbod.
De vreemdeling en de staatssecretaris stelden hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het terugkeerbesluit niet als een afzonderlijk besluitonderdeel kan worden gezien waarop bezwaar moet zijn gemaakt, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was. Tevens oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris ten onrechte geen vertrektermijn van vier weken had toegekend, omdat de vreemdeling zich aan zijn meldplicht hield en woonachtig bleef op het bekende adres.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 1 juni 2012 voor zover het bezwaar tegen het terugkeerbesluit ongegrond werd verklaard en beval herroeping van het terugkeerbesluit met een nieuw besluit. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd niet-ontvankelijk verklaard. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard en het besluit over het terugkeerbesluit en vertrektermijn wordt vernietigd; het hoger beroep van de staatssecretaris wordt niet-ontvankelijk verklaard.