ECLI:NL:RVS:2013:2053
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing complex als beschermd gemeentelijk monument zonder compensatieplicht
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft bij besluit van 22 februari 2011 het complex aan de Rochussenstraat, Duyststraat en Schonebergerweg in Rotterdam aangewezen als beschermd gemeentelijk monument. De eigenaar van een pand binnen dit complex, appellant, heeft bezwaar gemaakt tegen deze aanwijzing, met name vanwege de beperking dat hij zijn metalen raamkozijnen niet mag vervangen door kunststof exemplaren zonder vergunning.
Het college heeft het bezwaar deels gegrond verklaard door het besluit voor de achterzijde van het complex te herroepen, maar het bezwaar voor het overige ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen de aanwijzing ongegrond verklaard. Appellant stelde in hoger beroep dat de aanwijzing een onredelijke last oplegt en dat hij daarvoor compensatie moet krijgen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de aanwijzing niet inhoudt dat geen wijzigingen mogen worden aangebracht, maar dat voor wijzigingen een omgevingsvergunning vereist is volgens artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Deze vergunningplicht vormt geen onredelijke beperking van het eigendomsrecht en geeft geen recht op compensatie. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de voorzitter en leden van de Afdeling bestuursrechtspraak in aanwezigheid van een ambtenaar van staat op 20 november 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument bevestigd zonder compensatieplicht.