ECLI:NL:RVS:2013:2043
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen oplegging vrijheidsontnemende maatregel aan hoogzwangere vreemdeling
Op 26 juli 2013 werd aan een hoogzwangere vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel gegrond en beval schadevergoeding aan.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat zwangerschap geen reden was om af te zien van de maatregel, omdat ook zwangere vrouwen adequate medische zorg kunnen ontvangen tijdens de maatregel. Bovendien was op het moment van oplegging nog geen medisch advies beschikbaar over de zwangerschapsduur.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderzocht of de zwangerschap een reden was om af te zien van de maatregel. De zwangerschap op zich vormt geen bijzondere omstandigheid die het grensbewakingsbelang overstijgt. Adequate medische zorg is mogelijk tijdens de maatregel, zoals toegelicht door de staatssecretaris.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er is geen grond voor schadevergoeding en geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de oplegging van de artikel 6-maatregel wordt ongegrond verklaard.