ECLI:NL:RVS:2013:1998
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling weigering verlenging verblijfsvergunning vreemdeling niet in strijd met artikel 8 EVRM
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor verlenging van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister voor Immigratie en Asiel werd afgewezen en ingetrokken. De vreemdeling stelde bezwaar en beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit. Zowel de vreemdeling als de minister stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris het verzoek tot omgangsregeling met de kinderen van de vreemdeling wel degelijk had meegewogen in zijn belangenafweging, zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro. De vreemdeling had gedurende vier jaar in Oekraïne verbleven zonder contact met haar kinderen, wat het gewicht van het belang van de kinderen bij haar aanwezigheid in Nederland verminderde.
Verder werden de door de vreemdeling ingeroepen internationale verdragsbepalingen (IVRK en IVBPR) beoordeeld en verworpen omdat deze geen verdergaande rechten bieden dan artikel 8 EVRM Pro. De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, dat van de minister gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de weigering verlenging verblijfsvergunning wordt afgewezen.