ECLI:NL:RVS:2013:1901
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens onvoldoende gezinsband
De minister van Buitenlandse Zaken wees op 11 augustus 2010 de aanvraag van een vreemdeling voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 3 februari 2012 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het besluit van 3 februari 2012 vernietigde vanwege het ontbreken van een beëdigde tolk bij het identificerend gehoor op de Nederlandse ambassade te Khartoem. De Afdeling bevestigde dat de Wet beëdigde tolken en vertalers niet van toepassing is op ambassades en consulaten.
Verder stelde de vreemdeling dat het identificerend gehoor onzorgvuldig was en dat hij onvoldoende gelegenheid had gehad om het verslag te controleren, maar deze bezwaren werden verworpen. De Afdeling concludeerde dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij feitelijk tot het gezin van de referente behoorde, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen en een vals bevonden huwelijksakte.
Ten slotte werd geoordeeld dat artikel 8 EVRM Pro buiten de specifieke bepalingen van de Vreemdelingenwet 2000 niet tot verlening van een verblijfsvergunning leidt. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd, het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard en het besluit van 25 oktober 2012 vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de mvv-aanvraag wordt gehandhaafd.