ECLI:NL:RVS:2013:1861
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, welke door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel op 13 april 2012 werd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 15 juli 2013 niet-ontvankelijk verklaarde vanwege overschrijding van de beroepstermijn.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Hij voerde aan dat de overschrijding van de beroepstermijn niet voor zijn rekening mocht komen omdat het aangetekende besluit geweigerd was door zijn huisbaas, en hij niet verantwoordelijk was voor diens handelen.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling geen feiten of omstandigheden had gesteld die konden leiden tot het oordeel dat de weigering van het poststuk niet voor zijn rekening kwam. Daarom faalde de grief en werd het hoger beroep kennelijk ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.