ECLI:NL:RVS:2013:1812
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroepen tegen weigering verblijfsvergunning asiel en inreisverbod
De minister heeft op 29 mei 2012 de aanvragen van de vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en een inreisverbod uitgevaardigd. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde de besluiten. De minister, thans staatssecretaris, stelde hoger beroep in tegen dit vonnis.
De kern van het geschil betrof de beoordeling van de medische situatie van vreemdeling 1 en de vraag of er sprake was van een veilige behandelomgeving in Armenië. De rechtbank oordeelde dat het Bureau Medische Advisering (BMA) onvoldoende concreet op deze vraag was ingegaan, waardoor het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen.
De Raad van State stelt echter vast dat de behandelaars van vreemdeling 1 geen concrete onderbouwing hebben gegeven dat in Armenië geen veilige behandelomgeving bestaat. Het BMA heeft de medische situatie adequaat beoordeeld en gerede twijfel aan de effectiviteit van behandeling in Armenië ontkend.
Daarom vernietigt de Afdeling bestuursrechtspraak het vonnis van de rechtbank en verklaart zij de beroepen ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen tegen de weigering van verblijfsvergunningen en het inreisverbod worden ongegrond verklaard.