ECLI:NL:RVS:2013:1811
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- F.C.M.A. Michiels
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding uitbreiding luchthaven Schiphol met vergoeding voor overschrijding redelijke termijn
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem die het beroep tegen een besluit van de besliscommissie Schadeschap luchthaven Schiphol ongegrond verklaarde. De besliscommissie had aanvankelijk een schadevergoeding afgewezen, maar na bezwaar een beperkte vergoeding toegekend voor waardevermindering en tijdelijke aantasting van het woongenot door de uitbreiding van Schiphol en de daarbij behorende geluidzones.
Appellant voerde meerdere bezwaren aan, waaronder de onbevoegdheid van de besliscommissie, strijd met het gelijkheidsbeginsel, onjuiste berekening van de schadevergoeding en onjuiste toepassing van de huurwaardemethode. De Afdeling oordeelde dat de besliscommissie bevoegd was, de gehanteerde methoden en percentages voldoende waren gemotiveerd en dat de rechtbank terecht het beroep ongegrond had verklaard.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de bezwaarprocedure was overschreden met twee maanden, waarvoor de besliscommissie een vergoeding van € 500,00 aan appellant moest betalen. Ook werden proceskosten en griffierecht aan appellant toegekend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met een vergoeding van € 500 voor overschrijding van de redelijke termijn.