ECLI:NL:RVS:2013:1802
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gegrondheid hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning regulier
De minister van Justitie heeft op 29 juni 2010 een aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met opdracht tot heroverweging.
De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris niet deugdelijk had gemotiveerd dat de vreemdeling voor de aanvraag van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) naar een ander land dan haar land van herkomst moest uitwijken.
Voorts stelde de Raad dat de staatssecretaris alle relevante feiten en omstandigheden had betrokken bij de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro, waarbij een fair balance werd gevonden tussen het belang van de vreemdeling en het Nederlandse toelatingsbeleid. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning blijft in stand.