ECLI:NL:RVS:2013:1798
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wees op 13 augustus 2012 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en legde een inreisverbod op. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat toetsing door de rechter slechts mogelijk is indien er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn sinds eerdere afwijzingen in 2010 en 2011. De vreemdeling voerde aan dat de situatie voor Hazara's in Afghanistan was verslechterd en onderbouwde dit met rapporten en artikelen. De Afdeling oordeelde echter dat deze stukken geen wezenlijke verslechtering aantonen ten opzichte van eerdere besluiten.
Verder stelde de vreemdeling dat hij zijn eerdere asielrelaas handhaafde en een verklaring van zijn moeder overlegt, maar deze verklaring was niet gedateerd en kon daarom niet als nieuw feit worden beschouwd. Ook het betwisten van het inreisverbod werd niet gemotiveerd betwist. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.