ECLI:NL:RVS:2013:1775
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake verlenging bewaringsmaatregel vreemdeling
Bij besluit van 20 juni 2013 verlengde de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie de bewaringsmaatregel tegen een vreemdeling met maximaal twaalf maanden. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het voortduren van de bewaring gegrond en beval de opheffing van de maatregel per 23 juli 2013. Het beroep tegen het verlengingsbesluit werd niet-ontvankelijk verklaard. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De rechtbank had geoordeeld dat het verdedigingsbeginsel was geschonden bij de totstandkoming van het verlengingsbesluit, mede vanwege het niet of onjuist toepassen van artikelen 4:8 en 2:1 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank vond dat de belangenafweging bij voortzetting van de bewaring in het voordeel van de vreemdeling moest uitvallen, mede vanwege prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank het beroep tegen het verlengingsbesluit ten onrechte niet-ontvankelijk verklaarde en dat de schending van het verdedigingsbeginsel niet automatisch tot opheffing van de bewaring leidt. De Afdeling stelt dat de rechtbank had moeten beoordelen of de schending de vreemdeling daadwerkelijk de mogelijkheid tot een effectieve verdediging heeft ontnomen. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarbij ook het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.