ECLI:NL:RVS:2013:1635
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag wegens ontbreken schriftelijke overeenkomst
De Belastingdienst heeft het voorschot kinderopvangtoeslag van appellant over 2007 herzien en op nihil gesteld. Appellant maakte bezwaar, waarna de Belastingdienst een gedeeltelijke toekenning gaf voor de periode 1 augustus tot en met 31 december 2007. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat de overeenkomst met het gastouderbureau niet voldeed aan de wettelijke eisen, met name het ontbreken van het aantal uren opvang, de prijs per uur en bemiddelingskosten in de overeenkomst.
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte alleen een au pair-overeenkomst had betrokken en verwees naar andere overeenkomsten tussen het gastouderbureau en de ouder en oppas. De Raad van State oordeelde dat de overeenkomst moet voldoen aan artikel 52 van Pro de Wet kinderopvang en artikel 11 van Pro de Regeling, waarin onder meer het aantal uren en prijs per uur verplicht zijn. Het ontbreken hiervan in de overeenkomst maakt dat geen aanspraak op toeslag bestaat.
De Raad van State bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.