ECLI:NL:RVS:2013:1609
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat geen nieuw feit of omstandigheid leidt tot verblijfsvergunning asiel
De minister heeft op 17 juli 2012 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage had dit besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen. De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die een hernieuwde toetsing van het besluit rechtvaardigen. De vreemdeling stelde dat zij zich niet meer kon aanpassen aan de Afghaanse cultuur, mede vanwege haar veranderde levensstijl in Nederland, en verwees naar algemene rapporten over de situatie van vrouwen in Afghanistan.
De Raad van State oordeelde dat de verklaringen over de levensstijl reeds bij de eerste aanvraag hadden kunnen worden aangevoerd en dat de algemene informatie en toekomstige onzekerheden niet als nieuwe feiten konden worden beschouwd. Daarom was er geen grond voor hernieuwde toetsing en werd het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van de voorzieningenrechter werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling bij de rechtbank werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.