ECLI:NL:RVS:2013:16
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning vreemdeling wegens medische behandeling
De minister van Justitie wees op 12 mei 2010 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na een bezwaarprocedure verklaarde de rechtbank op 1 maart 2012 het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of Nederland het meest aangewezen land was voor de noodzakelijke medische behandeling van de vreemdeling, waarbij de minister stelde dat Duitsland dit was gezien het eerdere verblijf van de vreemdeling daar en de woonplaats van zijn kinderen. De rechtbank had de bewijslast onterecht omgekeerd, aldus de minister.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister beoordelingsvrijheid heeft bij deze vraag en dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet naar Duitsland kon vertrekken. De opheffing van de ongewenstverklaring was geen reden voor een verzwaarde bewijslast. Daarom was de afwijzing van de verblijfsvergunning terecht.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het hoger beroep van de minister gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.