ECLI:NL:RVS:2013:1594
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel niet-ontvankelijk verklaard
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister werd afgewezen bij besluit van 24 februari 2012. De voorzieningenrechter verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond op 27 april 2012. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure overgelegd door de staatssecretaris was een Bericht van vertrek van de regionale politie Flevoland, waaruit bleek dat de vreemdeling zelfstandig, samen met haar moeder, haar woonruimte had verlaten binnen de vertrektermijn van de asielprocedure. De gemachtigde van de vreemdeling gaf aan geen contact meer te hebben met de vreemdeling of haar moeder en ontving geen bericht dat de vreemdeling Nederland had verlaten.
De Afdeling overwoog dat het vertrek zonder contact met de gemachtigde erop wijst dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de aanvankelijk gezochte bescherming. Hierdoor ontbreekt een rechtens te beschermen belang bij inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang.