ECLI:NL:RVS:2013:1483
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens illegale tewerkstelling Bulgaarse werknemers zonder vergunning
De minister legde appellant een boete van €12.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen door het laten werken van drie Bulgaarse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Appellant stelde dat de vreemdelingen als zelfstandigen werkten, onderbouwd met inschrijvingen in het handelsregister en meerdere opdrachtgevers. De Raad van State oordeelde dat de vreemdelingen feitelijk onder gezag van appellant werkten, mede gezien de instructies, werktijden, het gebruik van schoonmaakmiddelen en toezicht door voormannen. Dit maakte dat zij niet als zelfstandigen konden worden beschouwd.
Verder betoogde appellant dat de boete onevenredig was vanwege verminderde verwijtbaarheid en de gevolgen voor zijn onderneming. De Raad van State stelde dat appellant had moeten controleren of de vreemdelingen daadwerkelijk als zelfstandigen werkten en dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hem geen verwijt treft. De boete werd als evenredig beoordeeld.
De Raad van State bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €12.000 wegens het laten werken van Bulgaarse werknemers zonder vergunning.