ECLI:NL:RVS:2013:1477
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning
Bij besluit van 1 februari 2012 legde de minister een boete van €8.000 op aan appellante wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Deze boete werd gehandhaafd na bezwaar en beroep bij de rechtbank Noord-Holland. Appellante stelde dat er wel een tewerkstellingsvergunning was afgegeven voor de betreffende periode en dat er geen uitbuiting had plaatsgevonden, waardoor matiging van de boete op zijn plaats zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de minister bij het opleggen van een boete een discretionaire bevoegdheid heeft, waarbij de hoogte van de boete moet worden afgestemd op de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid. Appellante had onvoldoende inspanningen verricht om te voldoen aan haar vergewisplicht om te controleren of de Wav werd nageleefd. Haar administratie was niet zodanig ingericht dat zij per geval kon controleren of een tewerkstellingsvergunning aanwezig was.
De Afdeling oordeelde dat het ontbreken van uitbuiting niet tot matiging van de boete leidt en dat het samenstel van feiten en omstandigheden onvoldoende is om de boete te verminderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €8.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.