ECLI:NL:RVS:2013:1437
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverboden tegen vreemdelingen
Bij besluiten van 6 juli 2012 heeft de minister de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en inreisverboden uitgevaardigd. De voorzieningenrechter verklaarde de beroepen tegen de inreisverboden gegrond en vernietigde deze besluiten, maar wees de overige beroepen af. De vreemdelingen gingen hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat het hoger beroep kennelijk ongegrond is, omdat de aangevoerde gronden geen vragen oproepen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De staatssecretaris heeft gemotiveerd dat de inreisverboden zijn gebaseerd op het niet naleven van terugkeerbesluiten en niet op het risico van onderduiken.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart het beroep van de vreemdelingen tegen de besluiten van 1 november 2012 ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdelingen wordt kennelijk ongegrond verklaard en de afwijzing van hun verblijfsvergunningen en inreisverboden wordt bevestigd.