ECLI:NL:RVS:2013:1417
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongewenstverklaring vreemdeling ondanks gezinsleven onder artikel 8 EVRM
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel verklaarde de vreemdeling ongewenst in Nederland, wat door de vreemdeling werd aangevochten. De rechtbank had het besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen. De minister ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met de periodes van rechtmatig verblijf van de vreemdeling en de belangen van de minderjarige (pleeg)kinderen. De staatssecretaris had terecht een belangenafweging gemaakt waarbij onder meer het langdurige verblijf zonder verblijfsvergunning, de strafrechtelijke veroordeling van de vreemdeling en het ontbreken van objectieve belemmeringen voor gezinsleven in Nigeria waren meegewogen.
De Raad van State verwierp het beroep van de vreemdeling dat zijn aanwezigheid noodzakelijk zou zijn voor het welbevinden van zijn gezin op grond van het arrest Ruiz Zambrano, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat de kinderen feitelijk verplicht zouden zijn Nederland te verlaten.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot ongewenstverklaring blijft in stand.